
Chronische zorg op maat: een andere manier van kijken zet verrassend veel in beweging
15 december 2025
Het succes van het zij-instroomtraject doktersassistent
6 januari 2026Bij jongeren met mentale klachten moeten we af van het medisch diagnostisch specialistisch behandelmodel, stelt prof. dr. Jim van Os. In plaats daarvan pleit hij voor het public mental health model, waarbij zelfmanagement goed van pas komt.
“Het beeld van toenemende mentale gezondheidscrisis onder jongeren vraagt om nuancering. Jongeren zijn niet ineens massaal zieker geworden, ze zijn alleen als generatie meer gewend om uiting aan hun gevoelens te geven,” zegt prof. dr. Jim van Os, hoogleraar Psychiatrie aan het UMC Utrecht en King’s College in Londen. “Dat doen ze in een complexe tijd, waarin sprake is van verlies van vooruitgang. Als gevolg van alle doemscenario’s zijn we collectief in rouw. Dit gebrek aan perspectief leidt vooral bij jongeren tot somberheid, dat vraagt om een andere aanpak.”
Luisteren is al een interventie
“Bij jongeren spelen vier belangrijke aspecten: de emotionele kern is er, maar de prefrontale cortex ontwikkelt zich later. Hierbij zijn jongeren enorm bezig met identiteit, extreem gevoelig voor sociale positie in de peergroep en onderhevig aan heftige emoties. Daarbij worden ze opgejaagd door de prestatiedruk in onze maatschappij, zijn ze verslingerd aan social media en maken ze zich zorgen over klimaat, oorlog en huisvesting. Maar betekent dit dan dat je een angststoornis hebt?
Het is zinniger om de klachten eerst te herleiden tot de context. Het vertrekpunt moet het leven zijn, wat heeft iemand daarin nodig: thuis, op school en in de vriendenkring? Dat vraagt om een demedicaliserend, contextuerend gesprek met een open blik, waarmee je als huisarts kunt starten. Luisteren is al een interventie. Maar relationeel werken betekent ook vertrouwen geven, niet oordelen, stiltes kunnen verdragen en authentiek zijn in je betrokkenheid. Zo bouw je een relatie op. De POH GGZ en kaderhuisarts GGZ zijn hierin getraind, die kunnen zo’n relatie uitstekend verder opbouwen.”
Jongere laten meebeslissen
“Vervolgens is het belangrijk om te ontdekken tot welke hulpbronnen de jongere toegang heeft. Welke eigen resources zijn er? Welke volwassenen vertrouwt hij, op school, in de familiekring of bij een sportclub? De POH GGZ kent de sociale kaart, die weet welke mogelijkheden er ook in het sociaal domein beschikbaar zijn.
Natuurlijk moet je de jongere hierin uitgebreid laten meebeslissen, zodat hij zelf de regie kan oppakken. Vanuit dat oogpunt kun je ook wijzen op de diverse e-community’s, waar jongeren terecht kunnen voor peer support, chat of informatie.”
Drukke ADHD’er óf prikkelgevoelig?
Ook ouders moeten in deze zienswijze meegenomen worden. Dat is een uitdaging, beaamt Jim. “Ouders vragen regelmatig of hun kind getest kan worden op ADHD of autisme. Maar zulke labels plakken is zó ouderwets en leidt bovendien tot negatieve verwachtingen. In het public health model ga je uit van neurodiversiteit: ieder kind komt met een combinatie van talenten en gevoeligheden. Bestempel je iemand dan als ‘drukke ADHD’er’ of vooral prikkelgevoelig en analytisch genoeg om de diepte te kunnen ingaan?”
Onderdiagnostiek
De scepticus zegt misschien dat deze aanpak tot onderdiagnostiek leidt. “Je moet altijd alert zijn op signalen zoals suïcidaliteit, veiligheidsrisico’s en trauma. Alleen betekent herkenning niet automatisch dat je iemand naar de GGZ stuurt. Suïcidaliteit kan ook voortkomen uit contexten zoals eenzaamheid of uitzichtloosheid. Dan kan de eerste stap liggen bij steun in het sociale netwerk of het sociaal domein. Als er geldzorgen spelen in een gezin, is praktische hulp soms zinvoller dan direct een GGZ-traject.”
Zet de eerste stap
Tot slot: wat te doen wanneer je je als huisarts machteloos voelt tegenover de mentale nood van je jongere patiënten? “Machteloos betekent dat je je minder competent voelt, dat je behoefte hebt aan betrouwbare ondersteuning. Kun je een lastige casus met een collega bespreken? Ken je de sociale kaart in je wijk, of weet je bij wie je daarvoor terecht kunt? Verwacht ook niet dat we dit probleem op korte termijn kunnen oplossen, het veranderen van bestaande paradigma’s kan vaak jaren duren. Maar zet gewoon een eerste stap en merk waartoe dat leidt. Blijf in beweging.”
Jim van Os en Levi van Dam leggen in een opiniestuk in NRC (alleen voor abonnees) uit waarom er volgens hen geen mentale gezondheidscrisis onder jongeren is, inclusief reacties van lezers.
Liever luisteren? Beluister een podcast met Jim van Os!
Kaderhuisarts GGZ Noor Pelger:
“Zelfmanagement betekent niet dat je het allemaal alleen moet doen”
Ook kaderhuisarts GGZ Noor Pelger herkent het belang van het bespreekbaar maken van mentale klachten bij jongeren. “Het hebben van psychische problemen in de jeugd leidt vaak, zelfs bij 62,5%, tot lichamelijke en psychische problemen op latere leeftijd. Investeren in de mentale gezondheid van de jeugd is daarbij essentieel.
Jim van Os benadrukt een brede blik bij jongeren met mentale klachten. Dat ben ik met hem eens; ik denk dan aan een soort verkennend gesprek, waarin samen met het kind/jongere goed gekeken wordt naar wat er allemaal speelt. Hierbij kijken bijvoorbeeld huisarts, POH-GGZ, sociaal domein, school, de jongere zelf en ouders met elkaar veel breder naar de situatie. Het (ver) kennen van de context en het kennen van de sociale kaart is hierbij essentieel. Zo komt eerder en duidelijker in beeld wat er werkelijk speelt en kunnen onnodige of onjuiste verwijzingen worden voorkomen. Op deze manier kan ook gerichter worden gekozen voor passende zorg, begeleiding of ondersteuning. Als behandeling in de GGZ dan toch nodig blijkt, kan ondersteuning in de vorm van bijvoorbeeld peersupport of digitale tools tijdens de soms erg lange overbruggingsperiode tot start van behandeling waardevol zijn.
Over het gebruik van digitale zelfhulp geeft Noor wel een aandachtspunt mee. “Platforms spelen weliswaar een belangrijke rol in het zelfbeeld en de identiteitsontwikkeling, maar digitale tools mogen niet als doel hebben om passende hulp en ondersteuning in contact uit de weg te gaan. Zelfredzaamheid betekent juist niet dat je het allemaal zelf en alleen moet doen. Wat betekent het dan wel? Het kan een hulpmiddel zijn, maar dan met een stevige inbedding.
Essentieel is: niet loslaten, vertrouwen opbouwen en voldoende contactmomenten plannen. Digitale tools kunnen hierbij ondersteunen, maar mogen nooit een vervanging zijn van echt persoonlijk contact.”


